2024-10-03 Hoorrecht-nps

Het hoorrecht heeft ons niets opgeleverd
Op 6 september heeft de BP AA haar oordeel gegeven over het concept-transitieplan. Dit transitieplan is opgesteld door de bank en de vakbonden. In het concept-transitieplan hebben de sociale partners vastgelegd welke contractkeuze zij hebben gemaakt (de solidaire pensioenregeling) en welke keuzes zij met betrekking tot de overgang naar de nieuwe regeling hebben gemaakt. Deze keuzes gelden ook voor ons. Ons oordeel bevatte meerdere vragen en wensen.
Een dag voor de datum dat wij de formele reactie van sociale partners op ons oordeel verwachtten, liet de werkgever weten dat we die reactie een week later zouden krijgen omdat de vakbonden nog een akkoord van hun respectievelijke besturen nodig hadden. Dat stemde ons hoopvol.
Helaas was dat onterecht. Op alle punten is antwoord gekomen, maar op geen van de punten is men ons tegemoet gekomen. En daarbij gaat het met name om de verdeling van de buffer tussen de drie deelnemersgroepen: de actieve deelnemers (werknemers), gewezen deelnemers (oud-medewerkers die nog geen pensioen krijgen) en pensioengerechtigden (degenen die wel pensioen ontvangen: oud-medewerkers en nagelaten partners).
Toch beginnen we met iets positiefs.
De financiële positie van het pensioenfonds is op dit moment nog steeds goed. Eind augustus was de dekkingsgraad 127%. Het pensioenfonds heeft dus een goede buffer. Als de dekkingsgraad op het moment van overgang, naar verwachting 1 januari 2027, nog steeds zo hoog is krijgen alle deelnemersgroepen er op dat moment van overgang in een keer zo’n 11 tot 16% erbij (afhankelijk van de leeftijd). En kunnen alle door de sociale partners gemaakte keuzes over de verdeling van de verdeling van de buffer gerealiseerd worden. Zoals een buffer voor de pensioengerechtigden, waaruit een eventuele verlaging van de ingegane pensioenen in enig jaar verminderd kan worden en waardoor de bewegelijkheid van de pensioenuitkeringen beperkt wordt. Verder worden de actieve deelnemers die nadeel ondervinden door de andere manier van financieren van hun toekomstig pensioenopbouw gecompenseerd.
Maar onze zorgen betreffen de korte termijn:
Is het pensioenfonds tot 1 januari 2027 in staat onze pensioenen volledig te indexeren, zodat de koopkracht behouden blijft? Dat is de vraag, omdat door de strenge wettelijke indexatieregels de dekkingsgraad boven 130% moet liggen.
En wat als de dekkingsgraad van het pensioenfonds over 2 jaar een stuk lager is dan nu het geval is?
Dan blijkt dat de belangen van de actieve deelnemers zwaarder wegen dan de belangen van de pensioengerechtigden. Dan is het vermogen in de solidariteitsreserve een stuk kleiner, terwijl de compensatie van de actieve deelnemers ongewijzigd doorgang vindt.
Ook hebben de pensioengerechtigden een lagere plek bij de voorrangsregels dan de actieve deelnemers. En is de eenmalige toevoeging aan de pensioenuitkering een heel stuk lager.
Tot slot maken we ons zorgen over de koopkracht op de langere termijn. Zullen de beleggingen voldoende opbrengen om de inflatie bij te houden? Sociale partners houden het op 75% bij een inflatie van 2%. Maar de inflatie ligt op dit moment op ruim 3%.
Om de solidariteitsreserve in de toekomst op peil te houden zullen actieve deelnemers en gewezen deelnemers vanaf 58 jaar en pensioengerechtigden deze buffer moeten aanvullen. Wij vinden dat zeer vreemd dat in een solidaire pensioenregeling niet alle deelnemers daaraan moeten bijdragen indien nodig.
Sociale partners oordelen echter dat het geheel aan afspraken evenwichtig is. Dat vinden wij dus niet.
Nu zijn de leden van de vakbonden aan zet. Zij kunnen tot half oktober voor of tegen het transitieplan stemmen. Wij roepen pensioengerechtigde leden op om tegen te stemmen, omdat onze belangenvereniging niet serieus genomen is.
En verder beraden wij ons op wat binnen onze mogelijkheden ligt.
Bestuur BP ABN AMRO